
Schrijven · 7 jul 2026
Agentic verkeer tellen
Waarom je analytics de AI-agents niet ziet die je site lezen
Deze maand bracht ik Lemmid Count terug: de websitestatistieken van mijn platform, van de grond af opnieuw gebouwd zonder AWStats en zonder database. Het paradepaardje is de dimensie die elke andere analyticstool weggooit: de bots. In het agentic tijdperk is de vraag "wat hebben AI-agents op mijn site gelezen" net zo belangrijk als "hoeveel mensen zijn er geweest". Dit verhaal gaat over het tellen van wat doet alsof het er niet is, en over het antwoord in de broekzak van je klant.
Google Analytics is hier blind
Google Analytics werkt door een stukje JavaScript op je pagina's te plaatsen. Een browser voert het uit, het script stuurt een signaal, en dat signaal is jouw statistiek. Het verschil met logboekgebaseerde tools legde ik in 2018 al uit. In 2026 is dat verschil het hele verhaal geworden. GPTBot, ChatGPT-User, ClaudeBot, PerplexityBot en hun vrienden halen je HTML op en lezen die. Ze voeren je JavaScript niet uit. Ze verschijnen nooit in Analytics. Als het agentic web de plek is waar je volgende klanten vandaan komen, laat je dashboard je een krimpende wereld zien.
De webserver ziet alles. Elk verzoek, elke user agent, elke statuscode, JavaScript of niet. In juli leverde mijn site hartvaat.nl 114.883 paginaweergaven. 2.187 daarvan waren mensen. Analytics had je de 2.187 laten zien en het een rustige maand genoemd.

Logs, geen scripts
Lemmid Count v3 leest de logs per site van de webserver rechtstreeks, elk uur, en vouwt ze samen tot kleine JSON-bestanden per site per dag. Nergens een database, geen trackingscript op de pagina's, geen derde partij tijdens het bezoek: de bezoeker wordt nooit aangeraakt. Dat lost ook op wat de vorige versie de das omdeed: AWStats dat een bijna ruwe kopie van de logs eindeloos in MariaDB pompte. Nu zijn de geroteerde logs de ruwe opslag en zijn de samenvattingen het product.
Twee principes. Pagina's, nooit mensen: geen bezoekersaantallen, geen uniekheidstrucs, geen IP-adressen op schijf, de browsertaal in plaats van geo. En auto-configuratie: een site met een logbestand heeft statistieken, niemand hoeft iets te registreren. Elke site op het platform draait automatisch mee.
Classificeren, niet filteren
Elk verzoek wordt mens of bot, en een bot krijgt een familie en een groep: search, ai, social, seo, monitor, feed, lib, scraper. Bots die zich netjes melden krijgen hun naam via de user agent. In plaats van ze weg te filteren toont Count ze als eersteklas burgers: een kaart "gelezen door AI-agents" met de agents op naam, en een schakelaar tussen alles, mensen en bots. Dat is nieuw, en het doet mensen opkijken. Op een restaurantsite had ChatGPT in de eerste dagen van juli 75 pagina's gelezen en Claude 51, naast 185 menselijke paginaweergaven.


De nepmensen
Labelen is moeilijk, omdat sommige bots doen alsof ze mens zijn. Een actuele Chrome user agent, HTTP/2, een geloofwaardige taalheader, één pagina per IP-adres, duizenden adressen van cloudaanbieders. De user agent is daar waardeloos. Gedrag niet. Echte browsers laden afbeeldingen. Echte bezoekers komen via zoekmachines en links, en gaan naar dezelfde populaire pagina's. Een menigte die duizenden verschillende pagina's bezoekt, elk precies één keer, is geen menigte, dat is een oogst.
Meer dan honderd websites hosten is het structurele voordeel: een signatuur die binnen een uur op veel sites opduikt is geen persoon. Voeg honey pots toe, pagina's waar geen mens ooit om vraagt, en adresruimte van datacenters als hint, nooit als oordeel. De classifier heeft een versienummer, en na elke upgrade worden de laatste twee weken geschiedenis opnieuw berekend. Dat is nodig, want de andere kant beweegt. Eén vloot beantwoordde een nieuwe regel binnen een dag door één CSS-bestand op te halen als alibi. De volgende versie vroeg om afbeeldingen. Ik ga hier niet elk signaal opsommen, dat is het punt van een honey pot.

De cirkel rond: in je broekzak
Het zit zo: gedetailleerde statistieken zijn niet uniek. Iedereen met logs en geduld kan tellen. De andere helft van het werk is het terugvertalen naar iets vriendelijks, iets voor in je broekzak, iets waar je wat mee kunt. Count is een app die mijn klanten bij zich dragen, naast de andere Lemmid-apps: één scherm per site, de maand in één grafiek, de toppagina's, de bronnen en de agents op naam. Geen inlogrituelen, geen installatie, het verschijnt gewoon voor elke site die van jou is.
De feedback is het mooiste. Een klant die de statistieken laat zien tijdens de koffieronde, precies het gebruik dat ik jaren geleden voor ogen had. Een cafébaas die ziet dat ChatGPT deze maand zeventig keer de menukaart heeft gelezen, en de logische conclusie trekt: zet de kaart waar de agents lezen. Dat is een statistiek die een actie wordt, op een telefoon, in tien seconden.

Conclusie
Het aandeel mensen op het web blijft dalen, en een tool die alleen mensen telt blijft je het verkeerde verhaal vertellen. Tel de agents, noem ze bij naam, en geef het antwoord aan degene die er wat mee kan. High tech in de logparser, low tech op het scherm.
De bots lezen. Zorg maar dat ze het juiste lezen, ha!
