
Schrijven · 4 feb 2026
Een tochtende deur sluiten
Pen, papier en de trek van de telefoon
In de laatste week van januari kon ik mijn hoofd niet bij een taak houden. Het voelde alsof ik non-stop achterliep. Ik heb hier geen ervaring mee, maar als ik zou moeten speculeren was ik nabij een burn-outachtige ervaring. Deze post is geen advies. Het is een verslag van een klein ding dat ik eraan deed: een treinreis met de telefoon in de tas, een pen, een paar vellen papier, en wat er daarna gebeurde.
De waarschuwing
De weken ervoor waren intens geweest en de druk, op alles, was onverminderd hoog. Ik wist dat dat een risico was, en op de laatste dag van januari kreeg ik de waarschuwing. Een week eerder had ik twee trailruns gelopen op Ameland, bij zonsopkomst, over het strand en langs de duinen, zonder probleem. Nu, op 1 februari, begaf mijn linkerknie het halverwege een run en moest ik mijn vrouw bellen om mij op te halen. Zelfs wandelen deed pijn. Er stonden drie marathons op de kalender. Ik gaf niet op, maar ik begreep wel dat lichaam en hoofd dezelfde boodschap stuurden.

Dugour-modus
Op 3 februari schreef ik, op papier, met een pen: het hoofd zoekt overzicht en rust om een koers vooruit te vinden. Geavanceerde gear is top en effectief, maar soms is leegte, niks, wat nodig is. Die middag reisde ik met een ultra minimale setup naar Amsterdam. De antwoorden, schreef ik, vinden we niet met meer of een complexere setup, maar juist door terug te gaan naar de kern. Dugour-modus, mijn eigen naam ervoor. De rest van de gear, de headset, de tablet, de klokjes, bleef op home base in de grote tas.
Om 20:16, in de trein, kinderen in bed en vrouw in bad: schermvrije tijd gaat nu in. Voorbij het lockscherm alleen in geval van nood. De kleine tas is top. Geen jas, vijf graden en windluw. En dan de zin die ik onderstreepte: het is wonderlijk hoe snel je even de smartphone wil pakken, om iets te checken. Nu ik met een pen schrijf merk ik pas hoe onnauwkeurig deze balpen is.

Een tochtende deur
Een half uur later: het constante gezelschap is hét probleem. Met de telefoon in de tas merk ik nu al een enorm verschil. Alsof je een tochtende deur sluit. Dit was een heel bewuste sessie, met denken en overdenken in het midden. Eigenlijk ook mooi hoe weinig je in essentie nodig hebt. Pen en papier. En tijd. Ik deed zelfs werk: op pagina twee schetste ik een tool voor een klant, het voorblad, de huisstijl, vier PDF's en drie knoppen, en een week later werd die schets het echte ding. Geen computer voor nodig.
De volgende ochtend, om 08:46: opmerkelijk hoe sterk de aangeleerde behoefte is om notificaties te checken. Ik negeer het. De stad heeft haar eigen geluid, een snelweg, boormachines en duiven. Een betere pen maakt overigens wel een verschil.

Het lichaam
Die middag deed ik iets wat ik in 1900 dagen niet had gedaan: ik deed de sensor af die al meer dan vijf jaar elke nacht mijn slaap en herstel had gemeten, en gooide hem weg. Een schok, die avond. Rust en vrijheid de volgende ochtend, en een vraag die ik om zes uur opschreef: waarom überhaupt nog data? Die vraag kreeg maanden later haar eigen antwoord. Voor nu werd de telefoon de enige tracker, in mijn zak, en kreeg de knie wandelingen naar de gym, de crosstrainer en de fiets. Op 7 februari rende ik vijf voorzichtige kilometers, écht bang dat het terug zou komen. Dat gebeurde niet.

Terug naar digitaal
Ik zou je graag vertellen dat dit een bekering was. Dat was het niet. Tien dagen later schreef ik in een klein notitieboek: een dom notitieboek werkt heel goed, een soort vrije plaats voor hersenspinsels. En dezelfde ochtend: ik schakel terug naar digitaal. De druk kwam ook terug, met een tweede waarschuwing op 19 februari. Wat bleef was kleiner en nuttiger. Een notitieboek in de tas. Notificaties die mij alleen bereiken als ik dat besluit. De wetenschap dat de vroege uren mijn enige echte kans op wat afzondering zijn. En de deur: ik weet nu waar hij zit, en dat hem sluiten één beweging kost, de telefoon in de tas.

Update, september 2026
Ik schrijf deze reflecties nog steeds met de hand. Elke maand begint op papier en de scherpste zinnen zijn altijd de handgeschreven. Afgelopen zondagavond bouwde ik een kleine app om met de hand op de laptop te schrijven, en de eerste pagina die ik ermee schreef staat hieronder. Het werkte, in mijn eigen woord, bevrijdend. De tochtende deur was dus geen fase. Zeven maanden later, in de drukste weken van het jaar, is het nog steeds het ene dat betrouwbaar werkt.

Conclusie
Ik ging op zoek naar een koers vooruit en vond een deur. Geen regel, geen detox, geen beter systeem. Een kleine fysieke handeling, de telefoon in de tas, die het constante gezelschap een avond lang uitzet en het hoofd zijn ruimte teruggeeft. Wat door die deur kwam was een schets, een besluit over een sensor, en een paar pagina's die ik nog steeds lees.
Als jouw hoofd voelt zoals het mijne in januari, probeer dan één avond met de telefoon in de tas en een pen in je hand. Let op de tocht, ha!