
Schrijven · 9 feb 2026
Het beste systeem is geen systeem
Een leeg canvas, een oud archief en één avond met een agent
Experimenteren met nieuwe technologie betekent soms beginnen met een leeg canvas: de structuren loslaten die je in de loop van de jaren bouwde, zoals een content management systeem, en de wereld opnieuw bedenken vanuit niets. Deze maand deed ik precies dat, per ongeluk, in één avond. Een vijftien jaar oude tool werd herbouwd zonder één van mijn systemen, en wat eruit kwam veranderde hoe ik over al die systemen denk. Deze post gaat over die avond, en over wat ik leerde door mijn eigen regels tijdelijk los te laten.
Een dood spoor
Voor een schildersbedrijf onderhoud ik een kleine tool die een set PDF's omzet in één offerte: een voorblad, huisstijl, watermerk, algemene voorwaarden. Het origineel stamt uit mijn .NET-tijd. Dit jaar wilde de klant hem terug, beter, en mijn plan lag voor de hand: inbouwen in de Lemmid Manager, mijn platform, als actieknop. Waar hij thuishoort. Op 9 februari liep ik daar vast. Acties die scripts draaien hebben een plek nodig om te draaien, en ik had nog geen goed antwoord op waar en hoe de werkmap wordt bepaald. Een nogal belangrijk probleem, want alles op dat pad moet het daarover eens zijn. Ik had er dagen in zitten.

Een oud archief
Dus, uit wanhoop, deed ik iets anders. Ik groef de oude code op uit een archief, een werkend programma in heldere, statisch getypeerde code, en vroeg de agent er een webversie van te maken. Een betere prompt was niet mogelijk: een complete specificatie die al draaide. Een simpeler programma waarschijnlijk ook niet, het heeft een kop en een staart. Toen liet ik alles los wat ik er normaal aan toevoeg: geen objectmodel, geen webserverconfiguratie, geen database plus bestandssysteem, geen platform. Een leeg canvas.

Honderd procent client side
Het resultaat was beter dan ik had kunnen hopen. Niet alleen sneller: beter in ontwerp. Het zware werk draait volledig in de browser: een client side sessie, een hardcoded fallback en wat losse PDF's en TTF-bestandjes. Dat is de hele architectuur. Waar de oude tool een Windows-machine nodig had en het nieuwe plan mijn platform, heeft deze een map op een webserver nodig. Het ging in één avond van een hypothetische oplevering naar gedeelde screenshots en een geplande afspraak, en hij draait sindsdien in productie.

Het beste systeem is geen systeem
De implicaties zijn ernstig serieus. De Manager is sterk door zijn zachte blueprint-model: een tekstveld definieert een maatwerkapplicatie voor een klant, bovenop de zwaardere machinerie van de static site generators. Dat was mijn manier om snel maatwerk te leveren. Je kunt je afvragen of een model als dit dat voordeel wegneemt. Als ik zie hoe snel ik die avond maatwerk leverde, dan is dat een voorbode. Ik denk dat er een grote kans is dat de volgende Lemmid Manager geen manager is. Een variatie op een oude regel van mij: het beste systeem is geen systeem.
Ik had al een voorbeeld. De site van een chocoladebar die ik vorig jaar maakte is 100 procent statisch, en ik heb hem nooit aan het content management systeem gekoppeld. De HTML aanpassen is net zo makkelijk als inloggen en een publisher laten draaien. Als ík het product ben, de helper, dan heb ik de tooling niet per se nodig. Als er íets is, dan moet ik de nieuwe krachten van AI gebruiken om goed na te denken over het overbodig maken van zo veel mogelijk onderdelen van mijn systemen. Hoe minder draaiende onderdelen, hoe beter. Heel extreem: zou je zonder database kunnen? Zouden publishers client side kunnen draaien? Wat als de webroot álles is, een soort embedded manager? Extreme ideeën zonder implementatieplannen, maar richtingen die het onderzoeken waard zijn nu ik heb gezien hoe goed een AI-programma kán zijn. Ik snap dat dit niet één op één toepasbaar is op iets groots en fuzzy's als een heel platform. Maar knip het grote en fuzzy's op in kleinere, concrete stukjes, en ergens zit een kantelpunt.
Zesendertig uur
De avond stopte niet bij de tool. De magie maakte mij ervan bewust dat de Linux-laptop iets gaafs is, en dat ik mijzelf tekortdeed door alleen op Apple-apparaten te werken. De dag erna zette ik, met dezelfde agent, bestandssynchronisatie op tussen de laptop en de telefoon, daarna een automatische fotostroom, en op het perron die avond stelde ik vast dat het werkt over een hotspot. Wat ik in die zesendertig uur meemaakte was niets minder dan een paradigmaverschuiving. Niet anti-Apple, maar een degelijke brug tussen de Linux-machine en de Apple-gear, zonder tussenstation. Tien dagen later werd die laptop de agentic werkplaats waar ik eerder over schreef.


Update, september 2026
Het lege canvas bleef niet leeg. In de maanden erna verbond ik deze nieuwe, wilde, geweldige wereld weer met de structuren die een bedrijf nodig heeft om jarenlang online te blijven. Het idee dat hier geboren werd, een check-in, check-out-lus per project in plaats van eindeloze chats, werd MP1: een publisher die als ZIP in mijn eigen Manager leeft, zes websites in tien dagen en sindsdien meer dan vijfentwintig. De managerloze nieuwssite die dezelfde maand werd gebouwd draait nu op het platform, met eigen statistieken en een nachtelijke redactiepijplijn. Het platform ging niet weg. Het werd kleiner en sterker, en het draagt nu alles wat het lege canvas mij leerde.

Conclusie
De waarde van deze episode was niet de tool. Het was de oefening: erop uit gaan om zo veel mogelijk te leren door bestaande methoden en regels tijdelijk los te laten. Beginnen vanuit niets, kijken wat de technologie op eigen kracht kan, en pas daarna beslissen welke structuur het resultaat verdient. De meeste van mijn systemen doorstonden die test. Eén ervan werd iets nieuws.
Dus kies een klein ding met een kop en een staart, laat elke regel die je hebt vallen, en kijk wat eruit komt. Het zou zomaar een paradigmaverschuiving kunnen zijn, ha!