
Schrijven · 19 jul 2026
80% is beter dan niks
Lever op, leer van echte feedback, itereer
80% is beter dan niks. Of we nu de badkamer schoonmaken, content schrijven of software opleveren. Die zin schreef ik deze maand in mijn notitieboek, na een paar weken waarin onaf werk mijn beste werk bleek te zijn. Niet omdat het goed was, maar omdat het buiten stond: echte mensen gebruikten het en vertelden mij wat er ontbrak. Deze post gaat over opleveren om te leren, en waarom perfect de vijand van goed is.
Perfect is de vijand van goed
We dachten altijd aan perfectie. Dat remt enorm af. Iets dat voor 80% af is en in handen ligt van degene voor wie het gemaakt is, leert je in een week meer dan een perfecte versie je in een jaar leert, want de perfecte versie verlaat je bureau nooit. In de laatste 20% woont de twijfel, en twijfel levert niet op.
De lessen die ik leer uit het 80%-werk dat ik dit jaar opleverde zijn goud. Twee voorbeelden. Een planningstool voor een familiebedrijf en een tool die van een offerte een PDF maakt. Beide geen topcreaties. Maar de impact is enorm, met uitzicht op meer. Waarom? Klanten voelen zich gehoord. Ze krijgen aandacht, en de feedback die terugkomt geeft richting aan de volgende stap.
Opleveren om te leren
De feedback die je nodig hebt gaat zelden over de code. In juli zette ik agenticfirst.nl online: een site die winkeliers uitlegt wat een etalage voor AI-assistenten is, en waarom ze er een willen. De eerste versie was 80%. De reacties gingen niet over de pagina's, ze gingen over de woorden: mensen vroegen wat het nu eigenlijk was. Hoe leg je de waarde van een gloednieuwe technologie uit aan iemand die haar nog nooit heeft gezien? Dat bedenk je niet in je eentje. Je publiceert je uitleg en kijkt waar hij faalt. Elke vraag is een herschrijving, en elke herschrijving is een beter product.

Echte data wint van meningen
Het beste voorbeeld van deze maand is Lemmid Count. Het ging op 5 juli live met een eerste classifier voor bots en mensen. Binnen een dag antwoordde een vloot crawlers met gedrag dat ik niet had bedacht. De paarse cirkel in de schermafbeelding hieronder is een piek die ik niet vertrouwde: te veel pagina's, te netjes verdeeld, allemaal in één taal. Precies op die handtekening heb ik de classifier getraind. Twee weken later stond hij op versie negen, elke regel gekalibreerd op echte logs van echte sites, en elke upgrade rekende de geschiedenis opnieuw door. Had ik gewacht op de perfecte classifier, dan was er geen classifier. De werkelijkheid is de enige testset die telt, en die draai je alleen door op te leveren.

Hetzelfde geldt voor de agents waarmee ik werk. In de nacht van 17 juli zat ik met drie terminals open, dezelfde klussen op verschillende modellen, en mat ik wat er terugkwam: tokens erin, tokens eruit, en of het resultaat ergens op leek. Je weet pas welk model goed genoeg is voor welke klus als je ze naast elkaar op echt werk laat draaien. Het is opnieuw de agentic loop, nu met de agents zelf als het ding dat itereert.

Snelheid als startmotor
Soms is snelheid precies wat een idee nodig heeft. Zes websites in tien dagen gebeurde niet omdat ik een afgeronde publisher had, de publisher raakte af omdat zes sites hem nodig hadden. De eerste versie van hrlm.blog, een lokale nieuwssite, bouwde ik op 14 juli in de trein naar Amsterdam. Hij was onvolmaakt en hij stond live voordat ik aankwam. Op vakantie bouwde ik er nog twee en vier zijn in optie. Ik gaf een partner alles wat hij nodig heeft om mijn werk te verkopen, met demo, en ik vind dat onwennig omdat zelf doen nu ook goed lukt. Toch denk ik dat het slim is: een nieuwe markt die ik zelf niet kan bereiken. En ook al verkoopt hij niks: we worden er niet dommer van. Zijn vragen maken het product scherper.
De zaadjes zijn gelegd. Ze hebben tijd nodig om te ontkiemen. Dat is geen reden om er minder te planten.

Falen mag
Opleveren op 80% betekent dat een deel niet gaat werken. Ik schreef vorig jaar over Master of Change: balans vind je niet door verandering te weerstaan, maar door je eraan aan te passen. Rugged flexibility, houd vast aan je waarden en pas al het andere aan. Een mislukte iteratie is geen oordeel, het is data. Het enige echte falen is weigeren ervan te leren. Dat leerde ik op de harde manier bij een marathon in de hitte: het plan was perfect, de dag niet, en onderweg bijsturen bracht mij naar de finish.
Er is één uitzondering, en die is belangrijk. 80% is geen excuus voor een slordig fundament. De backend houd ik hard, dat is het fundament waarop we steunen. Het zijn de dingen erbovenop, de pagina's, de tools, de woorden, die vandaag 80% mogen zijn en volgende week 90%.
Conclusie
Lever het op. Niet omdat het af is, maar omdat het de enige manier is om erachter te komen wat af betekent. Echte feedback, echte data, echte mensen. Itereer van daaruit. Perfect is de vijand van goed, en goed, in handen van iemand die het nodig heeft, wint het elke keer van perfect op je bureau.
Dus wat is dat 80%-ding waar jij al een tijd op zit? Publiceer het deze week, ha!
