
Schrijven · 3 nov 2026
Door het raam kijken
Ruimte om te ademen hoort bij de prestatie
Dit weekend heb ik de marathon van Den Haag gelopen. Ik heb alles gegeven, en het resultaat was 3 uur en 40 minuten. Ik ben tevreden, omdat ik weet dat er echt niet meer in zat. Moeie benen, maximale hartslag, en toch niet ingestort. Het is prachtig dat je zo de grens kunt opzoeken. Maar het belangrijkste deel van deze marathon gebeurde niet op de weg. Het gebeurde in de weken ervoor, thuis, door het raam kijkend.
Twee marathons in vier weken
Vier weken eerder liep ik Köln. Twee dagen voor de start vocht mijn lichaam tegen een virus. Ik sliep extra, stopte met werken en zette de computers uit. De middag erna schreef ik: "het lichaam is aan het winnen, er stroomt weer energie door de aderen". Köln werd 3:48:27.
Den Haag ging in alles beter. De extra ervaring maakte het mogelijk langer in de max te opereren: eten, drinken en het mentale deel waren beter dan ooit. Ik begrijp nu heel goed wat de prestatie maakt. En dat is niet alleen de training.

Werk als duurloop
Eind oktober schreef ik iets minder vrolijks in mijn notities. Niet alleen sport, ook werk had het karakter van een duurloop gekregen. Gestaag, lang, zonder einde in zicht. Meer dan ooit sloeg de balans door naar negatief: geen bruisend plezier, warmte of genot. "Het is wat dat betreft echt een marathon. Ik ben fysiek, en mentaal, toe aan rust."
Dat is de valkuil van een tempo dat je kunt volhouden: je kunt het zo lang volhouden dat je vergeet dat je aan het rennen bent. Het antwoord was niet stoppen. Het was pragmatisch blijven handelen, energieverlies beperken en focussen op de dingen waar we invloed op willen uitoefenen. En niets meer.
Ruimte om te ademen
Op 15 oktober deed ik het even anders. De telefoon op "niet storen" en buiten handbereik. Er kwamen vragen over de jamvoorraad en de facturen, allemaal heel belangrijk, voor later. Bereikbaar voor nood, maar er was geen nood. Ik schreef: "Het beste in mij komt naar boven als er ruimte is. Dit is niet weglopen of verstoppertje spelen. Het is een noodzakelijke adempauze."
Drie dagen later, op een zondag, probeerde ik een hele dag zonder schermtijd. Een klein experiment om te ervaren waar we nog afhankelijk van zijn. Fysieke dingen vielen me meer op: rommel, stof. Gesprekken met de kinderen gingen makkelijker, omdat ik veel meer bandbreedte overhad om goede vragen te stellen. En ik keek simpelweg door het raam. Ik dacht na over mijn lichaam, over het fastfood van de dag ervoor, en over hoe weinig ik eigenlijk echt nodig heb. Een groen, oranje of rood lampje zou al genoeg zijn.

Dat lampje bestaat nu. Het beginscherm van Contact, de software waar ik elke dag mee werk, is één stip. Groen betekent: alles is goed, er wacht niets op mij. Er was een zondag zonder schermen voor nodig om te zien dat één stip genoeg was.

Waarom een raam werkt
Door het raam kijken is geen niksdoen. In 1984 publiceerde Roger Ulrich een klein onderzoek in Science. Patiënten die herstelden van dezelfde operatie, in hetzelfde ziekenhuis, kregen een kamer met uitzicht op bomen of uitzicht op een bakstenen muur. Wie naar bomen keek, ging eerder naar huis, na 7,96 dagen tegen 8,70, en had minder zware pijnstillers nodig. Een uitzicht, meer niet.
Er is een naam voor ontwerpen met dat in gedachten: biophilic design. Daglicht, planten, hout, uitzicht en een plek om je terug te trekken. Ik leerde het woord pas dit najaar echt kennen, toen ik levendkantoor.nl bouwde voor Martin Cuypers, een klant in Venray, niet ver van huis. Hun pagina over wat biophilic design is beschrijft het in drie lagen: natuur in de ruimte, natuur als verwijzing, natuur als ervaring. Toen ik het las, herkende ik mijn eigen zondag. Hout onder mijn handen, een plant bij het raam, daglicht op tafel. Niets om te kopen. Alleen opmerken.
As is, geen add-on
De ochtend na Den Haag schreef ik de conclusie op. De gym is niet langer "nice to have". We maken het (weer) een vast onderdeel, op dagen waarop de impact op werkuren klein blijft. Het doel: een sterke fysieke basis, niet als add-on, maar als "as is". Volgend jaar wil ik de 3:30 breken, en dat kan alleen als we de boel gestructureerd sterker maken, in alle dimensies: krachttraining, sprints, en langere duurlopen op lage intensiteit, rond de 130 slagen per minuut.

Vorige week rende ik een uur op een loopband, gevolgd door een ronde langs de apparaten. Heerlijk. Een uur op zo'n ding vraagt een andere mindset, en dat is precies het punt. Net als het raam en de groene stip is het niet iets extra's bovenop het werk. Het is waar mijn werk op staat, het fundament voor denken. Ik schreef eerder over hardlopen, in Marathon en in Lekker rennen. Deze keer zit de les niet in de benen.
Conclusie
Twee marathons in vier weken leerden mij meer over werk dan over hardlopen. Het tempo dat je kunt volhouden is niet genoeg. Je hebt ook ruimte nodig: een ochtend zonder telefoon, een zondag zonder schermen, uitzicht op iets levends. Het beste in mij komt naar boven als er ruimte is, en die ruimte is geen beloning voor na de finish. Het hoort bij de training. Er staat dit jaar nog één wedstrijd op de kalender, puur om te finishen, in een langzamer en bewust tempo. Eerst herstellen. En wat vaker door het raam kijken, ha!
